Na elke etappe krijgen de top 20 geklasseerde renners punten. De verdeling is bewust vlak gehouden — wie elke dag in de buurt finisht, bouwt over drie weken een sterke score op.
Buiten de top 20 levert een etappe geen punten op. Renners die opgeven (DNF) scoren vanaf dat moment ook niets meer.
Draagt een van jouw renners een trui? Dan krijg je elke dag dat de trui gedragen wordt extra punten — los van de etappepunten. Truidragers leveren dus structureel punten op, ook zonder dagzege.
De openingsetappe is een ploegentijdrit: renners rijden niet individueel, maar als ploeg samen tegen de klok. Alle renners van een ploeg krijgen hetzelfde aantal punten, op basis van de eindpositie van hun ploeg. Truipunten tellen er los bovenop.
Na de laatste etappe worden bonuspunten uitgedeeld voor de vier eindklassementen: algemeen, berg, sprint en jongeren. Dezelfde puntenverdeling geldt voor elk klassement — een renner die hoog eindigt in meerdere klassementen scoort dus dubbel.
Buiten de top 10 van een klassement worden geen bonuspunten uitgedeeld.
Je scoort uitsluitend met de prestaties van je 8 gedrafte renners. Er zijn geen bonussen voor ‘het team’ als geheel — elke renner telt op zichzelf.